Willem van der Wal: Dorpskapper

Op de vloer ligt grijs zeil dat betere dagen moet hebben gekend. Hier en daar zijn scheuren met kleine spijkertjes gerepareerd, vooral op de plaats waar de kapper al sinds mensenheugenis naast zijn kappersstoel staat. De wanden zijn ooit verfraaid met een houten-plankenbehang, dat aan de randen omgekruld is. Aan één lange zijde zijn bruine, houten ladenkastjes bevestigd, waarboven een groot formaat spiegel hangt. Op de kastjes staan verzorgingsproducten waarvan het bestaan bij de meeste mensen nog slechts in de diepste herinnering voortleeft: Berken haarwater, eau de cologne, brillantine en Brylcreem. Ook scheermesjes zijn er te koop, maar dan van die ouderwetse die aan twee kanten snijden. Voor wie bij deze kapper in de spiegel kijkt, lijkt het wel of de tijd heeft stilgestaan.

Kapper Willem van der Wal uit Zuidland – Willy voor veel van zijn dorpsgenoten – zit er ontspannen glimlachend bij. Onberispelijk in de kleren, fris geschoren en gekapt, ziet hij er onvoorstelbaar vitaal uit voor zijn bijna 77 jaar. In 1938 kwam hij als jong  broekje in de kapsalon van zijn oudere broer om de zaak ‘bij te houden’ toen de laatste in dienst moest. Met een onderbreking van enkele jaren in de oonog staat hij er dit jaar zestig jaar. En van ophouden wil hij nog niet weten. “Ik werk nu nog ongeveer twintig uur per week voor m’n plezier. Het contact met de klanten is gezellig en ik heb wat om handen, want ik ben geen type om stil te zitten. “Vader was beurtschipper van Zuidland op Rotterdam. Een klein ventje, maar beresterk. Hij is in 1980 op 90-jarige leeftijd gestorven. In de jaren dertig moest hij van de armoe met dat werk stoppen. Het vervoer met de vrachtwagen werd steeds goedkoper en de  verbindingen na de aanleg van de Groene Kruisweg steeds beter. Bij graanhandelaar Van Beek hier in Zuidland werd hij graanschoner. Dat is een zeer speciaal vak, waarbij je het kaf van het koren moest scheiden, Vader wist de machine precies zo te stellen dat het graan er perfect schoon uitkwam. Het kwam nogal eens voor dat een boer hem een tientje fooi gaf voor zijn werk. Dat was heel veel geld in die tijd. Tot zijn eenentachtigste is ‘ie blijven werken”, aldus Willem van der Wal.

Toen hij met veertien jaar van school kwam, was studeren er uiteraard niet bij, Voor viereneenhalve gulden per week kon hij bij een boer gaan werken. Het was niks voor hem. Na een ziekteperiode op zijn zeventiende ging hij het bij zijn broer in diens nieuwe kapperszaakje proberen. Hij zegt: “Mijn broer had voor 25 gulden de hele inboedel van een andere zaak kunnen overnemen, met stoelen en al. Hij was eerst vier jaar bij die kapper in dienst geweest om het vak te leren. Ik heb ook enige tijd bij een andere kapper gewerkt om het knippen en scheren in mijn vingers te krijgen.
In ’42 moest ik naar Ulm in Duitsland voor de Arbeitseinsatz. Zo gauw ik kon, ben ik er vandoor gegaan en in Zeist ondergedoken”

Eigen scheergerei
In die vooroorlogse jaren liet men zich een keer per week scheren. Een dubbeltje kostte dat. Van der Wal: “Alleen de ‘society people’, grote liberale boeren en renteniers, die je hier ook wel had, kwamen twee keer per week. Die hadden hun eigen scheergerei dat we hier in de laatjes bewaarden. Je moest het niet in je hoofd halen ze met de verkeerde doek af te vegen, want dat vonden ze vies, daar werden de gewone mensen ook mee schoongeveegd. Op een zaterdag stonden we dan mei z’n vieren in de zaak: mijn broer en ik scheren, mijn twee zussen inzepen. Van zeven uur ’s ochtends tol acht uur ’s avonds deden we dan wel honderd klanten. Soms moesten we nog tot tien uur wachten op twee late klanten. Dan had je met zijn vieren een tientje verdiend. Als ik dan doodmoe thuiskwam, zei mijn vader: ‘Jij wordt ook nooit een vent’.”
Elektrische tondeuses bestonden nog niet. Van der Wal haalt een paar handbediende exemplaren uit een van de laaljes te voorschijn, van die koudstalen apparaten die met een klik-klikgeluid de nekharen meedogenloos verwijderden. Een knipbeurt kostte 85 cent, kinderen 45 cent. Hij vervolgt: “Na de bevrijding deed ik een spoedcursus op de kappersvakschool in Rotterdam Eerst voor mijn diploma gezel, vervolgens voor het meesterscertificaat en het middenstandsdiploma. Het was wel blokken, maar ik heb alles in een keer gehaald. De technisch-directeur van de kappersschool  wilde me zelfs aan een zaak in het Groothandelsgebouw helpen. Maar mijn broer had uitbreidingsplannen, dus ik besloot in Zuidland te blijven.”

In dat eerste naoorlogse jaar richtten de broers hun kapsalon voor dames en heren gloednieuw in, met stoelen van 500 gulden per stuk. Het hele meubilair kostte 5000 gulden. Dat geld hadden ze natuurlijk niet, dus werd een vermogend famlllelid benaderd.  Die was wel bereid het benodigde bedrag te lenen, tegen een stevige rente natuurlijk. Samen hadden ze een florerende zaak, Willem bestierde de herenafdelîng, zijn broer de damessalon. Halverwege de jaren ’60 besloot zijn broer een eigen salon te openen op de Zuidlandse Ring. Omstreek’s 1980 hield hij er mee op.

Sociale functie
Willem liet het achterste deel van de oude zaak door een timmerman afschotten met een fraaie bruine, houten kwastenwand met deur. Nu staan er in de halflege vitrines nog wat eenzame pakjes scheermesjes van Schick en Palmolive zeep voor de kwast. De klassieke caféstoelljes heeft hij ooit op de kop getikt voor een prikkie, zes voor vijftien gulden. Hij zegt: “Ik heb nog zes scheerklanten in de week. Kan ik ’t een beetje bijhouden. Er is vrijwel geen enkele kapper in Nederland die dat nog doet. Ik heb overigens nooit volgens afspraak gewerkt; de klant moet kunnen komen wanneer hij dat wil. Vroeger had je als kapper ook een sociale functie. Dan zat het hier in de zaak vol. En altijd was er eentje die het verhaal deed.”
Je krijgt zoveel verschillende mensen in de zaak. Soms wel heel vreemde. Op een keer vroeg ik aan een onbekende heer onder het knippen waar hij vandaan kwam.
Geen antwoord. Ik dacht dat ‘ie me niet verstaan had, dus vroeg ik ’t nog een keer. Weer geen antwoord. Toen hij afrekende kwam hij pal voor me staan en zei op een ijzige, bijna plechtige toon dat ik er helemaal niets mee te maken had waar hij vandaan kwam. Maar de meeste klanten zijn erg aardig.”

Aan
huis
Hij besluit: ~Ik. denk dat ik mijn klandizie zo gemakkelijk houd, omdat ik. nog steeds onder de twintig gulden werk”. Een prijslijst aan de wand onderstreept zijn bewering: knippen dames 19,50 gulden, knippen heren 18.50 gulden, 65+ een gulden korting, baard knippen 12,50 gulden en scheren 4,50 gulden. Bijna vooroor1ogse prijzen.
“Ik heb ook nog een paar oudere klantjes in de polder die ik aan huis knip. Maar toch loopt ’t heel langzaam terug, want voor iedere klant die overlijdt, krijg je er maar heel moeilijk eentje terug”

Door Jan Horstink (eerder gepubliceerd in Nieuwsbrief 26, September 1998)

Willem van der Wal is op 11 juli 2015 overleden. Hij werd 94 jaar oud. Zie ook zijn pagina in de Stamboom van Zuidland (klik)

Facebook 0
Google+ 0
Twitter
LinkedIn 0

Geef een reactie

Sluit Menu