Winkelwandeling

Wat zegt bovenstaande titel u? Waarschijnlijk niet zoveel, maar we gaan u een nadere verklaring geven. Enkele jaren geleden ontstond binnen het bestuur van de Historische Vereniging Zuytlant het idee om een soort overzicht te maken van het winkel- en bedrijvenbestand binnen Zuidland, zo ongeveer vanaf het begin van de vorige eeuw tot ongeveer het jaar 2000. Enkele bestuursleden gingen aan de slag en verzamelden een aantal gegevens. Rond de expositie van enkele jaren geleden, waarin het bedrijfsleven en de middenstand centraal stonden, werd een aantal aanvullende gegevens verzameld.

De gedachten gingen uit om de gegevens in de vorm van een klein boekje te publiceren, verlucht met wat foto’s van oude winkeltjes en bedrijven. Dit voornemen werd tijdens een ledenvergadering bekend gemaakt, vergezeld van een oproep om ons het nodige fotomateriaal te verstrekken. Helaas ontvingen wij niet voldoende foto’s, zodat het vervaardigen van het boekje stagneerde, doch het bestuur blijft van mening, dat de toezegging aan de ledenvergadering gestand moet worden gedaan en heeft nu gekozen voor publicatie van de gegevens in de Nieuwsbrief, in verschillende afleveringen.
Waar mogelijk zal een foto worden bijgeplaatst. Het voordeel van publicatie in de Nieuwsbrief is o.a. dit: op die manier worden alle leden bereikt. Mocht blijken, dat er na de afsluiting van de artikelen in de Nieuwsbrief er nog voldoende belangstelling bestaat, dan kan alsnog worden overgegaan tot de uitgave van een klein boekje. Veel oudere leden zullen nog aangename herinneringen hebben aan de winkeltjes en werkplaatsen van weleer. Opgemerkt wordt nog, dat dit overzicht niet de pretentie van volledigheid voert. Sommigen van de lezers zullen best hier en daar een winkel of bedrijf missen. Dan moet u zich maar troosten met de gedachte, dat de niet-vermelding van een bepaald winkelpand niet met opzet is gebeurd, maar meer omdat het bestuur er niet van op de hoogte was. Uiteraard houden wij ons aanbevolen voor nieuwe gegevens en zo mogelijk oude foto’s van winkels en bedrijven.

Wij beginnen de winkelwandeling op de Dam; in vroeger tijden ook wel de Duikeldam of Dûkkeldam genoemd. Wij volgen daarbij de oude huisnummering, die vóór 1960 werd gebruikt. Deze nummering begon bij 1 en eindigde bij 507. De nummers 1 tot en met 10 vonden we op de Dam.

Dam 3 (later Dam 4).
Jan Bijl en zijn gezin woonde hier, gekomen van Poortugaal in de jaren dertig. Hij was klompenmaker (eerst handmatig, later deels machinaal). Ook zijn zoon Dirk kwam in dit vak terecht. Woning, werkplaats en terrein werden gehuurd van Henk Velthuizen, de kolenboer. Toen het slechter ging in de klompenmakerij is Dirk overgeschakeld op de verkoop van huisbrandolie en huishoudelijke artikelen, waarmee hij langs de deur ging. In 1958 emigreerde hij naar Canada.

Dam 7 (samengevoegd met Dam 8).
Hierin was -al vóór de tweede wereldoorlog- het timmerbedrijf van Henk Poldervaart gevestigd. Poldervaart zelf woonde in het pand Hoofd 81 (nu 8) Dit pand is in 1969 afgebroken en in het kader van het saneringsplan herbouwd (opgenomen in een rij woningen).

Dam 8 (samengevoegd met 7).
Ketellapper Jean Blanc, afkomstig uit Frankrijk, vestigde zich per 24 december 1862 in het pand Hoofd 80 en had zijn werkplaats in een achter zijn huis gelegen schuur. Hij vertrok op 12 mei 1903 naar Anglards (Fr.) Zijn zoon Jean Marie Blanc bleef in het pand Hoofd 80 en zette het bedrijf voort als loodgieter. In het pand Hoofd 80 was ook een klein winkeltje gevestigd. Daar verkocht hij ook wijn, die hij uit Frankrijk liet komen en die werd opgeslagen in de kelder van bakkerij Overgaauw in het pand Hoofd 36.

Dam 9 (nu 4).
Dit pand herbergde van ca. 1933 tot 1937 Cornelis van Seventer als slager. Vóór Van Seventer was hier de Joodse slager Van Dijk actief.

Dam 10 (nu 2).
Dit pand deed naast woonhuis ook dienst als postkantoor. Dirk Leendert Poldervaart was postkantoorhouder van 1932 tot 1944 en werd opgevolgd door Leendert Hagestein. Het oude postkantoor is tot omstreeks 1980 in gebruik geweest als postkantoor en van 1980 tot 1988 ook nog als politiebureau en het werd vervangen door een nieuw postkantoor, dat verrees op de plaats waar ongeveer de klompenmakerij van Jan Bijl was. Dit nieuwe postkantoor is inmiddels ook niet meer als zodanig in gebruik.

Ring.
We vervolgen onze wandeling en gaan de Ring rond, waarvan de huizen werden gesierd met de nummerbordjes 11 tot en met 34.

Ring 11 (nu 1).
Bekend is, dat in dit pand dokter De Lang gewoond heeft, evenals de in 1919 overleden Lucretia van Dis – de Lang, geboren in 1859. Om de patiënten te kunnen bezoeken gebruikte dokter De Lang een koets met een paard. De stalling kwam uit op de Molendijk. De inrit is er nog. Van vóór 1933 tot 1946 woonde Anthonie H. van Dis (Toon van Dis) in dit pand. Hij kwam in 1906 uit Strijen en staat vermeld als tabakskerver. Hij verkocht ook koffie en thee. In de winkel stond een grote koperen koffiemolen.
Na hem vestigde Piet van den Berg er zich met zijn vrouw Betje Brouwer als kruidenier, komende uit het pand Ring 19 (nu 9) waar Piet van den Berg eerst zijn kruidenierswinkel had. Piet van den Berg trok ook met paard en wagen
de polder in en ook naar Biert om zijn waren aan de man te brengen. In het pand Ring 1 is ook een tijdlang de bibliotheek van de Christelijke openbare uitleenbibliotheek gevestigd geweest, van februari 1969 tot half februari 1982.

Ring 12 (nu 2).
Werd lange tijd bewoond door de Joodse familie Levie, veehandelaren. Na de wegvoering van de Zuidlandse Joden naar de concentratiekampen in november 1942, betrok Jan Lugtenburg op 17 april 1943 deze woning. Er werd ook een groenten-/kruidenierswinkel in gevestigd. In 1977 vestigde Wim Velgersdijk er een café.

Ring 14 (nu 4).
Johannes L. Lekkerkerk woonde hier van 1919 tot 1944. Hij was loonwerker/loondorser. Zijn machines, waaronder ouderwetse, hoge dorskassen, werden gestald in de schuur van de familie Zoeteman (thans Stationsweg 4).

Ring 15 (nu 5).
Werd sinds 1947 bewoond door de familie Stoof. Jan Stoof verdiende als boekhouder en verzekeringsagent zijn brood.

Ring 16 (nu 6).
Hierin was tot 1941 de Hervormde Pastorie gevestigd. Vanaf 1948 was het winkelpand van de familie A. Dokter, de elektricien. In juni 1941 werd Zuidland gebombardeerd. Daardoor moest Klaas Boer zijn zwaar beschadigde kruidenierswinkel Ring 24 (nu 14) verlaten. Hij vond onderdak in het pand Ring 16 en zette daar tot 1948 zijn kruidenierswinkel voort.

Ring 17 (nu 7).
Na het bombardement in 1941 vestigde Reinier Meiburg hier zijn bakkerszaak. De bakkerij van zijn vader aan het Lange Slob (naast het café op de Ring) werd bij het bombardement verwoest. Nadat Rein Meiburg zijn bakkersmuts aan de spijker had gehangen werd de zaak voortgezet door Wim Kabbedijk, die al als kleine jongen bij hem de kneepjes van het vak had geleerd.

Ring 18 (nu 8).
Werd van 1889 tot 1957 door Willem van den Berg (koopman) en zijn vrouw bewoond. Na zijn overlijden zette zij met behulp van haar zoon Piet de winkel voort, tot 1946, want toen betrok Piet, samen met zijn vrouw, Betje Brouwer, het pand Ring 11 (nu 1) -zie aldaar. In het pand Ring 18 is ook nog de bibliotheek gevestigd geweest (van 1956 tot februari 1969). De bibliotheek werd beheerd door mevrouw De Hoog – Herrewijnen. Haar dochter Jo de Hoog verrichtte het dagelijks werk als bibliothecaresse. In februari 1969 verhuisde de bibliotheek naar het pand Ring 11 (nu 1).

Ring 19 (nu 9).
In 1977 werd kapsalon Pia in dit pand gevestigd (Pia Kraaijenbrink). Na haar kwam als kapster mevrouw De Kievit, echtgenote van de beheerder van drogisterij Alma, Dorpsstraat 20. Aan de andere kant van het portaal is ook nog de groentewinkel van Johannes Boshuijer gevestigd geweest (van 1974 tot 1978).

Ring 20 (nu 10).
Was voor de tweede wereldoorlog al bakkerij van de familie Hagenbeek. Jan Willem Hagenbeek heeft zijn bedrijf tot 1963 gerund, waarna er een winkel in gevestigd werd met een heel ander karakter, n.l. huishoudelijke artikelen, ijzerwaren en kampeerspulletjes. Wim Meiburg zwaaide hier de scepter.
Na het vertrek van Wim Meiburg vestigde Toon Kraaijenbrink hier zijn schoenenzaak, annex schoenmakerij. Hij had eerst zijn geluk beproefd in het pand Brakken 144 (Raadhuisstraat 5) waar hij als schoenmaker begon, waarna hij verkaste naar het pand Hoofd 35 (nu 1). Na het overlijden van Toon is de zaak nog enige tijd voortgezet door zijn weduwe, N.Kraaijenbrink – van Sintmaartensdijk, die later de zaak overdeed aan Romaine-Romain, een schoenenwinkel die op dit moment ook al weer opgeheven is.

Ring 21 (nu 11).
Hier vestigde zich in 1902 Leendert van Driel (timmerman). Zijn dochter Elizabeth Wilhelmina dreef met moeder Huibertje van Driel – Weeda een winkeltje. Zij hebben ook krullenmutsen verkocht, gewassen en versteld.
Later hebben Elie Levie en dochter Saar er gewoond. Wim Kramer begon er enkele jaren na de tweede wereldoorlog een groothandel in koek en snoep, die inmiddels al weer jaren geleden is gestopt. De uitgang was op de Achterweg, in de volksmond de Kapoenstraat, tegenwoordig de Dr. A. Kuyperstraat.

Ring 22 (nu 12).
Dit pand werd tot 1932 bewoond door onderwijzer Wilko Poortman. Hij verhuisde naar Breedstraat 106. Daar gaf hij een schriftelijke middenstandscursus onder de naam “MIDO”. Na de verhuizing van Poortman kwam C. van Meurs in het pand Ring 22. Later verkocht zijn weduwe Aria van Meurs – Wildenbos er textiel. In de tweede wereldoorlog was er enige tijd de bibliotheek in gevestigd.

Ring 23 (nu 13).
Leendert Borstlap, afkomstig uit Brielle waar hij loods was, begon hier in 1902. Later kocht hij Ring 24 (nu 14) voor zijn beide dochters (Zie Ring 14).
Daarna is het pand tot 1966 bewoond geweest door Jan Willem Weeda, die als spekslager, huisslachter en land-arbeider de kost verdiende. Tot in de beginjaren ’60 verzorgde hij noodslachtingen. In de oorlogsjaren en daarvoor ging Gerrit Nieuwenhuizen (gemeentebode en omroeper) met een koperen bord met hamer rond om de bevolking in kennis te stellen van een noodslachting. Ook op de scholen werd daaraan ruchtbaarheid gegeven, zodat de kinderen het weer door konden geven aan hun ouders. Jacob Nieuwenhuizen nam later het werk van zijn vader over, maar niet meer als omroeper.
Berichten over noodslachtingen werden voortaan aangeplakt bij sommige winkels en op de publicatieborden van de gemeente. De hiervoor genoemde Jan Weeda was getrouwd met Adriana van Strien. Zij werd als wees door haar oom Dirk Vlielander opgevoed en erfde dit pand, nu “het Schippershuis”.

Ring 24 (nu 14).
Werd vóór 1930 als winkel gebruikt door de gezusters Borstlap. De een had, vanaf de voordeur gezien, links een kruidenierswinkel, de ander dreef – rechts- een slijterij. Klaas Boer zette in 1930 de levensmiddelenzaak voort tot zijn zoon Hendrik in 1954 de winkel overnam. In 1985 ging de deur van de winkel voorgoed dicht achter de laatste klant.

Ring 26 (nu 15).
Dit pand is al een eeuw lang als café in gebruik. Na D. v.d. Werff kwam Jan Meiburg, opgevolgd door zijn jongste zoon Jan en later door kleinzoon Wim. De eerste twee hadden ook een bakkerij met winkel in de Dorpsstraat, tegen het café aangebouwd. Na het bombardement in juni 1941 is de bakkerij door zoon Reinier voortgezet in het pand Ring 17 (nu 7). Bij het bombardement zijn de panden Ring 24, 25 en 26 verwoest. In 1948 vond de herbouw plaats, maar het middelste pand -in vroeger tijden was dit de burgemeesterswoning kwam te vervallen om ruimte te winnen om de Kerkstraat en de oprit van de Dorpsstraat te kunnen verbreden.

Ring 27 (nu 16).
Is in handen van de familie Mooldijk geweest. Na het vertrek van Piet Mooldijk kwam zijn neef Jaap Mooldijk erin. Piet was fotograaf, maar verkocht naast foto- en filmartikelen ook pennen, boeken, ansichten en speelgoed en niet te vergeten sigaren en tabaksartikelen. Jaap nam het assortiment over, maar was geen fotograaf. Hij was timmerman-aannemer, maar moest tengevolge van een ongeval zijn oude beroep opgeven. Na zijn dood is vastgoedmakelaar Molengraaf er nog enkele jaren in gevestigd geweest. Thans is het een woonhuis.

Ring 28 (nu 17).
Herbergde jarenlang de families Lugtenburg en Lugtenburg – Bezemer. Tijdens de evacuatieperiode (1944-1945) vond slager C.P. Hoogvliet hier onderdak. Onvoorstelbaar dat in zo’n smal pand een winkel gevestigd kon zijn en tevens onderdak bood aan een gezin.

Ring 29 (nu 18).
(met het daarachter gelegen magazijn aan de Achterweg). Bood plaats aan de grossierderij van Philippus Wildenbos, later zijn zonen. Wildenbos grossierde in tabak, sigaren, koffie en thee. Ook had hij tot in de tweede wereldoorlog nog een kleine kantoorboekhandel. Na het verlaten van het pand door de familie Wildenbos kwam dameskapper Leendert van der Wal er zich vestigen onder de naam d’Orchidee.

Ring 31 (nu 20).
Was vanaf 1901 in handen van de familie Luijmes. Tot na de tweede wereldoorlog beheerde weduwe Luijmes er een snoepwinkel van Jamin. Hele rijen schuingeplaatste metalen dozen met glazen deksel, waar je zo op keek, nodigden uit tot kopen. Els Luijmes, een dochter, trouwde met Anthonie (Ton) Stoof en vestigde er een rijwielhandel in. Hij had zijn werkplaats aan de Achterweg, waar nu nog zijn zoon Izaäk rijwielen en bromfietsen repareert. De winkel is op de Ring gebleven.

Ring 33 (nu 21).
Vóór 1920 woonde hier “Koob” Sterner als joods koopman. Daarna werd het pand tot 1945 bewoond door Fop Luijendijk, die zich in 1907 als koopman in Zuidland vestigde. Oude foto’s laten dit pand zien met twee mooie trapgevels, die helaas met een wat al te grondige verbouwing verdwenen zijn.
Simon Willem Dekker nam het pand over als manufacturier/stoffeerder, later zijn zoon Leendert.

Ring 33 (nu 22).
Werd van 1890 tot 1944 bewoond door veearts Mattheus C. van Buuren. Daarna was het steeds als woonhuis in gebruik.

Ring 34 (nu 23).
Was van 1899 tot 1938 bewoond door timmerman, bouwkundige, tuinder, caféhouder Herbert J. Dijkers. Daarna is het gebruikt als Gereformeerd Jeugdhuis en later als cafétaria door Jan Lugtenburg/Wim Velgersdijk, Nico Breederland e.a. Na het bombardement van juni 1941 vond café Meiburg hier onderdak met de winkel. Piet Bezemer (ook gebombardeerd) kreeg er ook winkelruimte. Tijdens de watersnood in 1953 was het eerst toevluchtsoord voor “daklozen”. Het is ook nog enige tijd noodgemeentehuis geweest. In de bovenzaal werden er de eerste weken na de ramp kerkdiensten gehouden.

Hoofd.
De nummers 35 tot en met 55 vinden we aan de linkerzijde. Alle verkeer richting Simonshaven en verder oostwaarts, verliet het dorp via het Hoofd.

Hoofd 35 (nu 1).
Philippus Struis vestigde zich in 1897. Hij verkocht huishoudelijke artikelen en serviesgoed, maar ook klompen. In de hak van de klompen werd de prijs (in stuivers) met blauw krijt aangegeven in Romeinse cijfers. Een dochter huwde met Jan de Geus die de zaak voortzette totdat in 1948 Cornelis van Rij de winkel overnam. Hij had een gasflessendepot. Aardgas was er nog niet. Hij kreeg op zondag nogal eens een klant, omdat juist op die dag er wel eens een gasfles leeg bleek te zijn. Menig zondagsmaal kwam hierdoor verlaat op tafel. Toon Kraaijenbrink vond hier in 1972 een onderkomen voor zijn schoenmakerij/schoenwinkel totdat Dick Van Seventer er de schilderswinkel De Verfhoek in vestigde. Laatstgenoemd bedrijf is inmiddels ook al weer verhuisd naar de Breedstraat. De laatste jaren is het pand in gebruik als woonhuis.

Hoofd 36 (nu 3).
Omstreeks 1800 begon de bakkersfamilie Overgaauw haar activiteit in Zuidland. Na verloop van tijd kochten zij twee panden aan het Hoofd voor de bakkerij en woonhuis annex winkel. Vijf generaties Overgaauw bakten brood in een oven met hout gestookt. Loodgieter Blanc (zie bij Hoofd 80) mocht van de familie Overgaauw kelderruimte gebruiken om er wijn in op te slaan.
De familie Overgaauw woonde tegenover het vroegere gemeentehuis. De voorlaatste Jacob Overgaauw, werd omdat hij zo dicht bij het gemeentehuis woonde, veel gevraagd om als getuige op te treden bij het opmaken van diverse akten van de burgerlijke stand (b.v. bij geboorten).
Het slop tussen nummer 3 en 5 werd in de volksmond aangeduid als “Achter Loos”. In een van de huizen tussen welke het slop uitmondde op het Hoofd woonde vroeger een jood die de naam droeg van Eliazer Olman. De naam Eliäzer werd verbasterd tot Loos, vandaar de naam “Achter Loos”. Een tweede lezing is, dat de oude Olman, die oorspronkelijk uit Duitsland kwam, als iemand aan zijn deur klopte, altijd vroeg: “Wat is er loos?” Dat deed hij zo dikwijls, dat het slop daarmee aangeduid werd.

Hoofd 38a (nu 11 en samengevoegd met 9).
In dat pand woonde Jaap Warning, die timmerman was en die een werkplaats had achter het huis. De ingang van de werkplaats kwam uit in het slop. Jaap Warning was een vindingrijk man. Hij had op de begane grond geen ruimte om een varkenshok te maken, dus werd het varken een verdieping hoger gehuisvest. Wel moest Jaap Warning iedere keer de ladder op om het varken te voeren. Hoe het varken naar beneden kwam als het geslacht moest worden vermeldt de historie niet.

Hoofd 44 (nu 19)
Adrianus ‘t Mannetje woonde hier op de boerderij van 1927 tot 1978. In het jaar 1951 werd de boerderij door de bliksem getroffen en brandde af. Het woonhuis bleef gespaard. Nu is Wims Gym er in gevestigd.

Hoofd 55a (Hoofd 31).
Voordat dit woonhuis werd gebouwd stond hier tot na de oorlog een houten keet waarin Wout Bosgieter, die eerst evenals zijn vader Benjamin Bosgieter rietdekker/rietsnijder was geweest, rijwielen repareerde en verkocht. In 1943 verhuisde hij naar het pand Gooidijk 438 (Stationsweg 4). Omstreeks 1958 nam J.W. Albers de zaak over, later gevolgd door Gert van Meurs. Beiden hadden naast de rijwielhandel ook een autogarage. De autogarage wordt op dit moment gerund door Hans Vos.

De nummers Hoofd 56 tot en met 84 vinden we aan de zijde van de ijsbaan, gerekend vanaf de Bernisse richting Ring terug. Van de huisjes die hier gestaan hebben vinden we niets meer terug, die zijn alle in het kader van het saneringsplan 1965 gesloopt. Tussen de huizen waren enkele smalle slopjes, die soms via achtertuinen doorliepen naar de Dam of naar de sloot die het restant was van de toegang naar de vroegere haven: “de Kââi”, nu de vijver op de Ring. Het breedste slop stond bekend als “‘t Grôôte Slop”. Het werd aan het eind geflankeerd door een heel rijtje houten w.c.’tjes (de hûssies) en het mondde uit op de Dam, nabij de klompenmakerij van Jan Bijl.

Hoofd 56.
Gesloopt in 1968. Vanouds was het eerste huis dat van de tolgaarder. Na het verzanden van de Bernisse verviel de inkomstenbron van het veer. Voor het gebruik van de gebouwde, nog steeds bestaande boogbrug moest vervolgens ook weer tolgeld betaald worden, “het recht van de brugge” Tolgaarder Hein Overgaauw en later zijn schoonzoon Arie Koornneeff, inden de tolgelden. Hein Overgaauw was daarnaast ook vlasser en Arie Koornneeff veeboer. Diens zoon Henk had ook een vervoersdienst. De tol is in 1933 opgeheven. Eén van de schuren van Henk Koorneeff werd in de eerste naoorlogse jaren ook als oefenruimte gebruikt door de turnvereniging DINDUA. ‘s Avonds werd er in geoefend, overdag liepen er nog kippen in.

Hoofd 63.
Gesloopt in 1966. Arie Weeda verkocht hier petroleum van Esso als bijverdienste. Op de voorgevel prijkte een halfrond bord met ESSO erop. Zijn vrouw Jo (van Jorien) hielp overdag de klanten. Hoofd 67 Gesloopt in 1966. Eind 1ge eeuw woonde er kuiper Willem van Trigt (geboren in 1835).

Hoofd 77.
Voor de komst van elektriciteit en gas werd alles op de kachel of op petroleumstellen gekookt. Menigeen verdiende wat bij met de verkoop van petroleum (“peterolie”), o.a. Huib Weeda , die in dit pand woonde.

Hoofd 80.
Dichter bij de Ring woonde, ongeveer waar nu Hoofd 12 is, ketelboeter (ook wel ketellapper genoemd, later loodgieter) Jean Blanc(in 1846 in Frankrijk geboren). Zijn zoon Jean Marie Blanc (geboren in 1872) zette de zaak voort. Vader Jean kwam in 1862 naar Zuidland. In 1873 nam hij de Franse knecht Pierre Lavial in dienst. De familie Blanc heeft nooit de Nederlandse nationaliteit gekregen. Jean Marie vertrok in 1954 voorgoed naar Frankrijk. De familie Blanc liet jaarlijks wijn uit hun geboortestreek komen om die zelf te bottelen in de kelder van de familie Overgaauw, Hoofd 3. Emanuël (Maan) Trijselaar werkte als knecht bij Blanc en heeft later de zaak overgenomen. Maan Trijselaar heeft tenminste één keer in zijn leven, via de klimijzers aan de buitenkant van de spits ,de ‘toren beklommen om reparaties te verrichten aan de torenhaan, dezelfde haan die nu in het bezit is van de historische vereniging en in het Blushûs aan een muur hangt.

Hoofd 82.
Afgebroken (1969) en later herbouwd als Hoofd 6. Hier woonde Kees (Cornelis Dirk) Poldervaart (geboren in 1874) als kleermaker.

Hoofd 83.
Gesloopt. Werd jarenlang bewoond door de familie Levie, waarvan verschillende zonen in de gemeentelijke registers stonden ingeschreven als (vee) koopman.

Hoofd 84 (nu 2).
Dit is het enige pand dat de kaalslag van de jaren ’60 heeft overleefd. Het oude gemeentehuis bood vesting aan diverse caféhouders, o.a. na de tweede wereldoorlog W. Kabbedijk, P.van Meurs, Nootenboom, T. Weeda. In 1878 werd dit pand gebouwd als gemeentehuis (bovenverdieping), politiebureau + arrestantencel en brandweergarage (beneden). De brandweergarage had twee ingangen op de Ring. Tegen het gemeentehuis aan werd tegelijkertijd de bewaarschool gebouwd en de woning voor het onderwijzend personeel (Ring 86).

Ring 86 (nu Ring 25).
Dit huis wordt bewoond door L.Overgaauw. De eerste bewoonsters, de dames Francina Jacoba Berkenhoff (1879 tot 1917), Hermandina Elisabeth Berkenhoff (1890 tot 1917) en onderwijzeres Catharina Ida Henriëtte Johanna Berkenhoff (1879 tot 1917). Na veldwachter Leendert Janssens betrok kleermaker Jacob Boiten de woning tot 1952, opgevolgd door Kornelis Pastoor, eveneens kleermaker, tot 1959.

Langeslop/Dorpsstraat.
De nummers 87 tot en met 102 vinden we als we richting Breedstraat lopen aan onze rechterhand.

Langeslop 87 (nu 2).
Dit pand heeft uit twee huizen bestaan. Kleermaker Brouwer heeft hier gewerkt. In het ene pand is barbiersleerling Anton Adriaan de Zwart in 1927 als 16-jarige ingeschreven. Hij is o.a. in dit pand actief geweest als barbier. Na hem was er de viswinkel van Jaap van Meurs Jzn. In de oorlog dreef Piet van Meurs (Hzn.) er een groentezaak. Na de oorlog hing in de etalage de spreuk: “Wat sloeg die mof een flater. Alle onderduikers weer boven water.” Piet is naar Vlaardingen vertrokken. Gerrit de Vos vestigde er een elektriciteitszaak in, die overging in handen van Jan van Meggelen en later zijn zoon Co. Nu is het weer een woonhuis. Gerrit de Vos volgde met Daan en Gerrit Mooldijk in Brielle een cursus in verband met de komst van elektriciteit.

Op de foto Mijna Warning bij de winkel van Bram Warning. Werkplaats boven de winkel. Warning deed mee met de winkelweek. Op bord: Reparatie vlug en billijk. Hier leerde Toon Kraaijenbrink het vak.

Langeslop 90 (nu 8).
Abraham Warning verkocht en repareerde hier zijn schoenen en was daarnaast, even voor de oorlog, ook nog barbier. De reparatieplaats was boven. Bij oudere Zuidlanders is nog bekend de kreet die hij altijd toeriep aan klanten die de winkel binnenkwamen: “Is ter volk? Kom maar naar bove”.
Rinia verkocht er daarna antiek, gevolgd door de inmiddels al weer enkele jaren geleden verplaatste drankenhandel van Woody van Amen, die we nu terugvinden op Breedstraat 13. Aart de Leeuw van Weenen heeft de ruimte bij zijn eigen woning getrokken en er een soort van privéoudheidkamer van gemaakt.

Langeslop 91(nu 10).
Was opslagplaats/kolenschuur voor Henk Velthuizen en is ook verhuurd geweest aan Jan Lugtenburg, die er even voor de oorlog een cafetaria begon, in de volksmond “de Caf” genoemd. Nadat de cafetaria was verhuisd naar Langeslop 21, bleef de ruimte nog enige jaren in gebruik bij Jan Lugtenburg en zijn neef Jaap Bezemer (koeltechniek)als opslagplaats. Daarna heeft Rinia er nog in gezeten met antieke meubels. Toen kwam de Bloemenhoek van de familie Daenen, opgevolgd door Linda Benschop. In 1953 deed het pand na 3 februari dienst als mortuarium voor de verdronken rampslachtoffers, die van daar uit in Geervliet werden begraven. De roeiboten konden aanvankelijk tot zover de Dorpsstraat invaren.

Langeslop 91 (nu 12).
Heeft dienst gedaan als pakhuis van Henk Velthuizen en werd eind jaren dertig door hem als kapperszaak verhuurd aan de gebroeders Leen en Willy van der Wal. In de schuur achter Dorpsstraat l0 en 12 is vroeger een bakkerij geweest van de uit Oud-Beijerland afkomstige Jan de Ruyter. De restanten van de oven zijn nu nog terug te vinden in de muur.

Langeslop 94(nu 18).
In 1912 vestigde zich hier Glijn Brouwer uit Heenvliet als kleermaker. In 1893 was Anthonie Brouwer al uit Heenvliet gekomen, naar (toen) Ring 30. Later verhuisde hij naar Langeslop 94. Hij bleef daar tot 1912.

Langeslop 95 (nu 20).
Kommer van Trigt, schilder, woonde hier tot 1933, waarna Gabriël van Seventer er zich vestigde als drogist. Tot 1969 was hij in zijn winkel actief. Na hem kwam drogisterij ALMA van de heer de Kievit, daarna drogisterij STIP van Bouwen Kleijwegt, verbonden aan de DA-keten, waarna verhuizing naar het winkelcentrum volgde. Het betreffende pand is inmiddels woonhuis.

Langeslop 96(nu 24).
Dit pand bestond tot 1964 uit twee woningen. Jarenlang is het bewoond geweest door de familie van Driel: Hermanus, geboren in 1842, als metselaar, Willem als gemeente-ontvangeren Magdalena, geboren in 1848. Ook Marinus van Driel, metselaar, heeft er rond de jaren vijftig ook nog enige jaren in gewoond. Marinus Kramer begon er in 1939 een kruidenierswinkel, komende uit de winkel op Gooidijk 498/Stationsweg 25, al jaren geleden gesloopt. Later is hij opgevolgd door zijn zoon Adriaan, die in 1957 de oversteek naar Dorpsstraat 23 waagde, een wat grotere ruimte. Hierna kwam er de manufacturen zaak van Hendrien van Driel. Hendrien verhuisde naar het pand Kerkstraat 11, waar Herman Trijselaar nu woont. Klanten van Hendrien moesten eerst aanbellen. De grote ruit herinnert nog aan de etalage.

Langeslop 97 (nu 22).
Samengevoegd met 24 in 1964. Jan van Gijzen, horlogemaker, trok er met zijn klokkenwinkel in. Zijn dochters Getty (juwelierster en horlogemaakster) en Corrie (verkoop/opmeten van brillen en lenzen) hebben de zaak overgenomen.

Langeslop 98 (nu 28).
Hendrikus van Mourik kwam in 1914 als verver op de Breedstraat en kwam later naar dit pand. Hij woonde er tot zijn overlijden (1951). Arie P.C. Rehorst, die er inwoonde, dreef de zaak verder en verhuisde in 1954 naar Kerkhoek 219. Na het vertrek van weduwe van Mourik in 1961 trok Barend de Geus er in als loodgieter/kachelsmid. Kapsalon Petra kwam er en verhuisde na enige jaren naar Breedstraat 4. Vervolgens zagen we er de manufacturenzaakvan “TheDaMo”, gekomen van Dorpsstraat 13. Momenteel is er een sportfietsenzaak in gevestigd.

Langeslop 99 (nu 30a).
Samuël de Hoog (geboren in 1867) vestigde zich in 1902 hier als melkboer, vlasser, brievengaarder, postkantoorhouder. Tot 1954 woonde de familie De Hoog in dit pand. In 1968 is het aan de woningvoorraad onttrokken. Boekhandel Van Seventer is sindsdien de gebruiker. Vader Arie van Seventer dreef daarvoor een zelfde soort winkel in het pand Breedstraat 158 (nu 3).

Langeslop 100 (nu 32).
Cornelis van Seventer betrok in 1900 dit pand. Hij verkocht o.a. zure haring en olienoten. Zonder dat er papieren zakken aan te pas kwamen werden de pinda’s door middel van een trechter in de jaszak van de koper gegoten. Makkelijk toch, want op de zaterdagavonden was het voor de oorlog heel druk op het dorp. Al olienoten pellend en knabbelend liep men heen en weer, heen en weer -van het (oude) raadhuis op het Hoofd tot waar nu het Chinese restaurant is.
De straat lag bezaaid met een laagje olienotenschillen. In 1944 verliet Kees van Seventer het pand. Piet van Meurs, de groenteboer, komende van Langeslop 87, had hier ook zijn winkel. Hij werd vanwege zijn huisnummer nogal eens aangeduid als Piet Nummer Honderd. Na enkele anderen betrok in 1952 Cornelis Overgaauw dit pand als kapper. Zijn weduwe woont er op dit moment nog in.

Langeslop 101 (nu 34).
Goose van Trigt dreef tot 1933 hier een winkel, aangesloten bij de Coöperatie. Als klant moest je lid zijn van de Coöperatie, later de Coöp. Ouderen zullen zich nog wel de HaKa producten herinneren die in “de Koperetief” verkocht werden. De opvolgers van Van Trigt waren respectievelijk Gerrit Monster (tot 1957) en Willem Overgaauw Dzn. (tot 1961).
Dirk Reedijk betrok het pand als kachelsmid. Hij kwam van Breedstraat 4. “De Warmtebron” werd voortgezet door Matthieu Bisschops, opgevolgd door Jaap van Rij. Deze heeft inmiddels het pand ontruimd om plaats te maken voor een schoenenwinkel.

Breedstraat.
We lopen rechtdoor de Breedstraat op en nummeren door, aan de rechterkant, met 103 tot en met 114.
Breedstraat 103 (nu 2).
Van 1902 tot 1962 dreef Arie van den Hooven hier een textielzaak. Daarnaast was hij ook kolenboer en bekleedde voor de oorlog ook nog gedurende enkele jaren de functie van wethouder. In 1967 werd het de winkelruimte voor de Coöp “Vooruitgang”, voorafgegaan door kachels en ijzerwaren van Dirk Reedijk. Na de Coöp kwamen respectievelijk de supermarkten van EnKaBe en de Garantmarkt. Door Reedijk werd de ernaast gelegen winkel van Jan van Kempen erbij getrokken. In 1998 zijn de panden weer gescheiden en is nummer 2 betrokken door de Verfhoek van Van Seventer en nummer 4 door kapsalon Petra.

Breedstraat 104 (nu 4).
Jan van Kempen (geboren in 1885) vestigde zich omstreeks 1910 in dit pand, komend van de smederij aan de Steenenweg (Raadhuisstraat, waar nu het constructiebedrijf van Van der Velde is gevestigd. Jan van Kempen en zijn broer Dingeman (kunstsmid) maakten samen het prachtige hekwerk voor de boerderij van P. Dekker(Vee en Bouwlust) aan de Kerkweg. De boerderij is inmiddels omgedoopt tot Raadsheerenhoek. Menig oudere Zuidlander kan Jan van Kempen nog uittekenen, rijdend op zijn fiets met een zak met gereedschap en een kachelpijpje voorop. Tot 1959 bleef hij actief.

Breedstraat 105 (nu 6).
In 1927 kwam Willem van der Linden uit Bergen op Zoom zich hier vestigen als bakker. Hij nam de zaak over van Van Rij. In 1963 volgde zijn zoon Leendert hem op. Leendert, op zijn beurt, verkocht de bakkerij aan Van der Meijde en Van Es (momenteel alleen Van der Meijde) Tot 1974 woonden de Van der Lindens in hetzelfde pand. Na een verbouwing werden wonen en werken gescheiden.

Breedstraat 106 (nu 8)
Van 1932 tot 1937 woonde in dit pand de onderwijzer Wilco C. Poortman, die ook nog een middenstandscursus verzorgde. Na hem kwam slager Cornelis van Seventer Dzn, komend van Dam 9, zich hier vestigen. Inmiddels is het al enkele decennia in gebruik als woonhuis.

Breedstraat 107 (nu 10)
In dit pand woonde al vóór 1933 tot 1973 schilder Philip Vermaat. Hij trad ook op als dirigent van koren. De schilderswerkplaats achter het huis, uitkomend in de Nijverheidstraat, is daarna nog jaren in gebruik geweest bij zijn zoon Jan. De dubbele toegangsdeuren (ingang Breedstraat) deden dienst om de koetsen en karossen binnen te rijden.

Breedstraat 108 (nu 12)
Dit pand is tot rond 1910 in gebruik geweest als synagoge voor de Joodse gemeenschap in Zuidland, die toen ongeveer 60 personen telde. In de oorlogsperiode was de voorkamer ingericht voor drogisterij Piet den Boer en een ander deel voor “Mido” het instituut voor schriftelijk middenstandsonderwijs van Wilco C. Poortman. Van 1911 tot 1953 woonde de familie Pieter van Meurs Jbzn hier. Adrianus Andeweg volgde op met een kledingzaak. Op 23 april 1962 werd het pand door brand in de as gelegd. Er werd door heel  Zuidland een collecte gehouden voor de brandslachtoffers, die een flink bedrag opbracht. Jan Kranenburg volgde Andeweg op met dameskleding e.d.
Daartoe werden 2 panden samengetrokken. Daarna kwam er een groente zaak van Breederland in. Op dit moment is er een schoonheidssalon gevestigd. Een deel van het pand heeft ook dienst gedaan als Groene Kruisgebouw. In de jaren voor 1950, konden kinderen die dat nodig hadden onder de hoogtezon. In die jaren had de heilgymnast Van Helsdingen uit Den Briel hier enkele uren per week praktijk. Fysiotherapeut Paul Rijkse was in dit pand ook korte tijd actief.

Breedstraat 110(nu 18)
In het begin van de vorige eeuw was hier de slagerij van de Joodse slager Levie gevestigd. Omstreeks Pasen werd hier de paasos geslacht, die feestelijk versierd door de Zuidlandse straten werd geleid. Vanaf 1927 tot 1993 dreef familie Hoogvliet hier een slagerij. Vader Corstiaan stopte toen hij 65 werd (in 1969), waarna zoon Arie het uitbeenmes overnam (tot 1993). Slager Westkamp heeft daarna ook nog enige jaren in dit pand als keurslager gewerkt, voordat hij verhuisde naar het winkelcentrum. Nu is er een pizzeria gevestigd.

Breedstraat 111 (nu 20).
Wagenmaker Engel Van Trigt woonde hier tot zijn nieuwe huis aan de Welleweg 122 klaar was (1936) Jacob Elshout vestigde er toen zijn kolenhandel, annex schoenmakerij. Er werd ook veel paardentuig gerepareerd, zoals zadels, garelen en de leren omhulsels van de hozen die het beschadigen van de huid van het paard door schurend touwwerk moesten voorkomen. Voets en Van Leeuwen hebben er ook nog enkele jaren in gezeten met een fotozaak, met atelier. Nu zwaait er een tandarts de scepter.

Breedstraat 113 (nu 22).
Jan van Gijzen (“Jan de wekker”). geboren in 1868, vestigde zich hier als horlogemaker, al vóór 1933, na in 1902 op het Hoofd begonnen te zijn. Er kwam ook een snoepwinkel. Kruidenierswaren werden er ook verkocht. Zijn vrouw Lena van Gijzen – van Trigt en de dochters Cornelia Jannetje, Pietertje en Elisabeth, genoten de klandizie van de snoepgrage jeugd. Breederlands Textiel (Bretex) volgde op. Nu is het -na samenvoeging met enkele andere panden- een woonhuis met een beschermde gevel.

Welleweg/Nijverheidsstraat
Voor de nummers 114 tot en met 118 gaan we rechtsaf voor het Chinese restaurant De Lange Muur en keren na een honderdtal meters weer terug. De drie, achter het pand Breedstraat 22 gelegen, kleine huisjes zijn gesloopt en de ruimte werd benut om het pand Breedstraat 22 te vergroten. Velen hebben kortere of langere tijd in de kleine huisjes gewoond. Dorus Brouwer was in een van de huisjes  kleermaker. Tegenover de huisjes stond de School met de Bijbel en wat verderop het huis van de familie De Vos met hun boomgaard. Zij verkochten hun producten ook aan particulieren. De familie Rehorst heeft er daarna ook nog een verfwinkel gehad en een antiekhandel. Nu is deze ruimte, na vergroting ,een soort privé-museum.

We lopen richting Kerkweg en vinden aan onze rechterhand de nummers 119 tot en met 128.

Kijkend op het Beneen (Breedstraat en Brakken). Bijbelschool, daarachter de vlasschuur van Arken-bout, rechts Huis en Hof. In het midden Bakkerij vd Burgh (nu chinees restaurant De Lange Muur)

Barakken 119/Breedstraat 24.
Hiskia van der Schelling was in dit pand bakker, tot 1925. Het bestond toen nog uit twee gedeelten met een eigen ingang. Jacob Reedijk zette de bakkerij voort tot 1955, waarna Hugo J.A.van der Burgh tot 1976 verder bakte, opgevolgd door zijn zoon Abel. Nu is er het Chinees Restaurant De Lange Muur.

Brakken 120 / Raadhuisstraat 2.
Vóór bakker Van der Schelling was hier gevestigd bakker Lambrecht de Graaff, later vertrok deze naar Dorpsstraat 23. Vanaf 1937 heeft de familie Van Meurs het pand Raadhuisstraat 2 in gebruik gehad als kruidenierswinkel. Na vader Pieter van Meurs Jzn (geboren in 1870) en zoon Hendrik van Meurs (overleden in 1952) heeft de weduwe van Henk de zaak nog lang voortgezet. Nu runt hun dochter Ina er “Klein Grut” en verkoopt er kinderkleding en speelgoed.

Brakken 121/ Raadhuisstraat 4.
Dit was vroeger een kolenopslag voor Jaap Elshout. Nu is deze ruimte bij “Klein Grut” getrokken. Naast deze ruimte was omstreeks de jaren dertig de wagenmakerij van Engel van Trigt gevestigd. Ook werden er voor de varkensverzekering en voor particulieren varkens gewogen, met behulp van een kooi en enorme ijzeren gewichten. Varkens van 500 à 600 pond waren in die tijd geen zeldzaamheid.

Brakken 126 / Raadhuisstraat 12
Cornelis Arkenbout had hier een boerderij. De schuur werd ook gebruikt als opslagplaats voor vlas. De vlasfabriek van Cor Arkenbout was echter niet in de Raadhuisstraat gevestigd, maar stond met zijn loodsen en rootbakken, enz. aan de Munnikenweg. De grote schuur stond tot de fatale brand van 10 april 1950 (tweede Paasdag) op de plaats van het huidige verenigingsgebouw.

Brakken 127 / Raadhuisstraat 18
.Vanaf 1902 tot 1961 deed dit pand dienst als pastorie voor de predikanten van de Gereformeerde Kerk, die aan dit pand vaststond. Pastorie en Kerk werden in 1966 gesloopt. In hun plaats kwamen drie bungalows. De nieuwe Gereformeerde Kerk aan de Wilhelminastraat werd in gebruik genomen op 10 april 1964.

Brakken/Raadhuisstraat.
De grens van het dorp lag vroeger bij de watering, die ter plekke de naam droeg van “Huisarmenboomgaardwetering” Hier was “De Stêêne Hêûl” De nummering (129 tot en met 145) loopt dan ook verder in de richting van de kerktoren.

Brakken 129/Raadhuisstraat 25.
Schilder Jan Vermaat had hier een winkel in verf en behangartikelen. Daarvoor heeft het winkelgedeelte dienst gedaan als wagenschuur en garage voor het gerij en de auto’s van de ernaast wonende dokters. Ook is er een melkfabriekje in gevestigd geweest van een Joodse familie Levie. De karnton werd aangedreven door een paard dat aangelijnd voortdurend rondjes draaide.
In het kader van het saneringsplan 1965 zijn hier verschillende huizen afgebroken. O.a. het zogeheten “armenhuis”, waar onder meer Glijn Brouwer Sr. als kleermaker heeft gewoond.

Brakken 131.
Weggebroken in de jaren zestig. Glijn Brouwer Sr. had hier zijn kleermakerij. Hij was tevens aanzegger (doodbidder): bij overlijden van iemand ging hij langs de deuren om het bekend te maken.

Brakken 135.
Weggebroken in 1964: werkplaats van Gerrit Schmahl, begonnen als smederij en fietsenwinkel. In de smederij werden ook paarden beslagen. Dikwijls was in de Brakken de doordringende lucht van de verschroeide hoornlaag van de hoef van het paard te ruiken, als het warme hoefijzer op de hoef gedrukt werd, om te kijken of alles paste. Jaap Schmahl, de zoon van Gerrit, deed zijn best om de verbrede watering tussen Raadhuisstraat 25 en de oude begraafplaats, “de pit” genoemd, in de winter als ijsbaan in orde te houden.

Brakken 142/Raadhuisstraat 9.
Dit pand, dat vroeger knechtshuis was van boer Arie Zoeteman, heeft vele bewoners gehad. In wat vroeger de woonkamer was heeft Tine Velthuizen er een winkel in cadeauartikelen gerund. Het winkeltje droeg de naam van “De Merel” Zij is er omstreeks 2000 mee gestopt.

Brakken 143/Raadhuisstraat 7
Hier woonde Eleäzer Levie totdat in 1937 Bram Zevenbergen het pand met zijn potten en pannen betrok. Bram onderhield ook met kar en paard een bodedienst op Brielle. Paard en kar stalde hij in een schuur aan de Nijverheidstraat, recht tegenover het huis van André Trijselaar. M.en M.’s geschenkenwinkel is in het pand Raadhuisstraat 7 ook nog korte tijd gevestigd geweest. Nu is Gré Stok er in gevestigd met haar stomerijagentschap en kledingreparatie en -verkoop.

Brakken 144/Raadhuisstraat 5.
Arie Bartel Elshout begon hier in 1902 als schoenmaker. Zijn zoon Jacob kwam in 1910 als kolenboer. Zij verhuisden naar (nu) Breedstraat 20. Na 1965 werd het de schoenwinkel van Toon Kraaijenbrink, daarna bedrijfsruimte annex winkel voor doe-het-zelvers van Dirk Reedijk. Johan Monster is er ook in gevestigd geweest met allerlei spullen voor doe-het-zelvers. Nu is er een winkel gevestigd met allerlei benodigdheden voor de sportvisserij.

Slager Piet Herweijer op de voorgrond, later verhuisde de winkel naar het pand waar Van Koppen nu is gevestigd. Links tussen de huizen was de wagenmakerij van Van Trigt Tweede pand rechts was het Armenhuis (Zie bord boven de deur).

Brakken 145/Raadhuisstraat 3.
Pieter Herweijer vestigde zich in 1913 hier als slager. Zoon Arie nam de zaak over in 1945 (tot 1970). Na hem kwam slager Jaap van Koppen, opgevolgd door Piet Mol. Daarna kwam de familie Van Koppen er weer in en nu wordt de zaak gedreven door zoon Gert van Koppen.

Breedstraat (vervolg).
De nummers 147 tot en met 158 vinden we, doorlopend, aan de rechterhand. Op het eind gaan we richting Dorpsstraat.

Breedstraat 148 (nu 21).
Was vanouds een café, tot 1936 beheerd door de familie van Driel. Van 1936 tot 1951 was Willem Kabbedijk de waard. Hij verhuisde naar de Ring. Na hem werd het meubelzaak Noorlander, later Groene Kruis-gebouw, weer later kantoor van N.V. Zuivelbedrijf Quak (Melkunie) . Nu is het RABO bank.

Breedstraat 149 (nu 15)
Hier had Jas Quak vanaf 1934 zijn kaaswinkel. In 1962 kwam zijn neef Jasper Quak Joh.zn hier met zijn kruidenierswinkel (VéGé). Later werd het pand bij de Rabobank getrokken. Tussen het pand Breedstraat 15 en Breedstraat 13 was een slop, dat naar de achtergelegen melkfabriek van de familie Quak voerde. Nu is dat slop de corridor naar het winkelcentrum. Aan de linkerzijde van het slop stonden nog enkele woningen. Een ervan, Breedstraat 19, werd gebruikt door de kleermaker David van Trigt.

Breedstraat 152 (nu 13).
Hendrik Meermans had hier een smederij en wel van 1883 tot 1913. Zijn opvolger, Leendert Franciscus van der Veer, smeedde hier tot 1950. Na het overlijden van weduwe Van der Veer werd het woonhuis van Jasper J. Quak. Nu is er drankhandel “Bachus” in gevestigd.

Breedstraat 155 (nu 9).
Winkelier Hermanus de Zwart vestigde zich hier in 1911. Zijn weduwe dreef met zoon Cornelis een kleding/textielzaak tot 1961. Hendrik Both gebruikte het pand daarna voor de verkoop van groenten en fruit. Ook is er verschillende jaren een filiaal van de ABN-bank in gevestigd geweest. Nu is het een reisbureau.

Breedstraat 156 (nu 7).
Van 1932 tot 1956 zetelde Arie van Seventer hier met boeken, kantoorartikelen en speelgoed. Nadien is het bewoond door de familie van der Pols (zie Langeslop 99/Dorpsstraat 30).

Breedstraat 157 (Kerkstraat 31).
Willem de Labije (geboren in 1878) wordt vóór 1933 genoemd als koopman. Zijn zoon Hendrik W. had een bodedienst.

Breedstraat 158 (nu 3).
Tot 1932 was hier de familie Bloem gevestigd, die een grote reputatie had vanwege de fotografeerkunst. De familie had ook een fotozaak in Hellevoetsluis. In Zuidland was Bloem tevens goudsmid. De familie Bloem speelde ook een vooraanstaande rol bij de “Doleantie” van 1887. Vanaf 1932 was het pand in gebruik bij de kruideniers, de gebroeders Frans en Arie van Seventer, later bij de schoonzoon van Arie van Seventer, Ad Remmers (Meermarkt).

Langeslop/Dorpstraat (vervolg).
De nummers 159 tot en met 172 vinden we aan de zijde van de kerk. De nummers 160 tot en met 164 zijn door het bombardement in de nacht van 17 op 18 juni 1941 onherstelbaar verwoest en daarom later afgebroken.

Langeslop 160.
In dit pand woonde tot het bombardement Gerrit van Eersel (geboren in Zuidland 1873), wiens vader Gerrit (van 1843) zich voor 1902 als schoenmaker vestigde.

Langeslop 161.
Arie Pleun Doolaar knipte en schoor hier. Kees Overgaauw leerde van hem het vak. Doolaar zat later op nummer 166.

Langeslop 162.
Hendrik Klok (geboren in 1874) woonde hier van vóór 1933 tot het bombardement, waarbij hij en zijn vrouw om het leven kwamen. Zijn vrouw verkocht snoepgoed. Het winkeltje stond bekend onder de naam van “Koossie  Klok”. Oudere mensen herinneren zich nog misschien het handelsmotto: “Cent zien, halfie trug”.

Langeslop 163.
David van Trigt (geboren in 1891) had hier van 1924 tot 1937 een kleermakerij.

Langeslop 164.
Arie Velthuizen vestigde zich hier als metselaar. Zijn weduwe, Aartje Velthuizen-Beukelman, verhuisde na het bombardement naar Langeslop 173/Dorpsstraat 9 (na samenvoeging met 177 en 179).

Langeslop 165 (Dorpsstraat 23).
Op 2 juni 1926 kwamen de gebroeders Cornelis en Arie de Graaff hier als broodbakkers. Het bleef een bakkerij tot 1956. Adrianus Kloots woonde er daarna als loodgieter, totdat het pand uitbrandde. Adriaan Kramer dreef er tot 10 maart 1965 een kruidenierswinkel van De Sperwer. Daarvoor was zijn winkel aan de overzijde van de straat gevestigd geweest op nummer 96 (nu 22). In 1976 kwam er een bloemenzaak, begonnen door Edo Mens. De bloemenzaak is inmiddels verplaatst naar het winkelcentrum.

Langeslop 166 (Dorpsstraat 19).
In 1965 samengevoegd met 21: kapperszaak van A.P. Doolaar en Kees Overgaauw, daarna cafetaria van Jan Lugtenburg.

De nummers 168, 169, 170 en 171 zijn onherstelbaar verwoest door het bombardement en gesloopt. Nummer 168 is niet meer herbouwd. Voor de oorlog heeft Henk van Meurs hier nog een groentenwinkeltje gehad.

Langeslop 170 (Dorpsstraat 15).
De familie Jan van Bodegom verkocht hier groenten. Je kon hier ook terecht voor zure haring. Later kwam Metamorfo’se (textiel) en Piet Boers (elektronica, en schotelantennes voor sateliet-tv).

Langeslop 171 (Dorpsstraat 13).
Vader Jacob Bezemer (geboren in 1869) en zoon Pieter (geboren in 1908) woonden hier, vóór het bombardement en na het bombardement toen het pand in 1950 herbouwd was. Piet Bezemer had een kruidenierswinkel, verkocht ook klompen en stokvis, waarvan de penetrante geur van het laatstgenoemde artikel je bij het openen van de winkeldeur je tegemoet kwam. Toen de stokvis uit de mode raakte, was Piet Bezemer zo ongeveer de enige die nog stokvis verkocht. Liefhebbers van stokvis van het gehele eiland kwamen naar de winkel om hun lievelingsgerecht te halen. Na het vertrek van weduwe  Bezemer kwam er een textielzaak (Thedamo): afkorting voor Thea Benschops damesmode. Thea verdween met haar textiel naar de overkant van de straat (nu nummer 28). Dorpsstraat 13 is nu woonhuis.

Langeslop 172 (Dorpsstraat 11).
Kleermaker De Vos vertrok van hier naar de Welleweg. Pietje Kranenburg had hier vóór de oorlog een textielwinkeltje: “ellegoed en sajet”. Haar man, Ary Philippus Wildt, wordt in het register van 1902 – 1930 genoemd als bakker. Pietje bood aan de polderkinderen tussen de middag gelegenheid daar hun brood op te eten. Zij naaide en verstelde kleren, ook bij de klanten thuis. Tijdens de oorlog vond Glijn Brouwer, de kleermaker, hier ook nog een tijdelijk onderkomen. Nu is het een woonhuis.

Kerkhof 173 (Langeslop 173) Dorpsstraat 9.
Samengevoegd met 177 en 179. Gerrit Velthuizen (geboren in 1848) woonde hier als koopman/tuinder. Zijn zoon Henk bleef in het ouderlijk huis wonen en werd kolenboer. De kolenopslagplaats, aanvankelijk in het pand Dorpsstraat 10, verhuisde naar de Achterweg, naast de Christelijke Gereformeerde Kerk. De familie Velthuizen bood, evenals hun buurvrouw, Pietje Kranenburg, ook gelegenheid aan de polderkinderen om tussen de middag hun boterhammen op te eten. Na het overlijden van weduwe Velthuizen bleef zoon Gerrit in het pand wonen. De laatste jaren voor zijn dood verhuurde hij de voorkamer en een gedeelte zolder aan Sandra de Groot, die er de chocoladerie “Roossan” in runde. Nu is het weer woonhuis. Sandra vertrok met haar bonbons naar het winkelcentrum .

Langeslop 174 (Dorpsstraat 7).
Arie Cornelis den Boer dreef van 1914 tot 1999 hier een textielwinkel. Hij verkocht ook ansichtkaarten met afbeeldingen van Zuidland, die vooral de laatste decennia zeer in trek zijn bij verzamelaars. Zijn dochter Marie dreef nog jaren een handel in textiel, garen en band en …natuurlijk ook nog ansichtkaarten, tot 1999.

Langeslop 175 (Dorpsstraat 3).
De zoon van Arie Cornelis den Boer, Piet den Boer, had hier een drogisterij tot 1958, opgevolgd door Claas C. de Wit als apotheker, waarna het pand jaren dienst deed als cafetaria met verschillende eigenaren. Daarna kwam er een tandartsenpraktijk, gevolgd door een dierenspeciaalzaak. Nu is het een kapsalon.

Kerkhof 180.
Nederlandse Hervormde Kerk.

Kerkhof 181 (Kerkstraat 10).
Toren van de Nederlands Hervormde Kerk. De toren is eigendom van de burgerlijke gemeente.

Kerkhof 182( Kerkstraat 12).
In 1974 zijn de nummers 12 en 14 samengevoegd. Emanuël Trijselaar woonde hier. Hij was loodgieter. Zijn zoon Nelis zocht het meer in de radio’s en de elektrische huishoudelijke apparaten. Hij vestigde zich in het pand Nijverheidstraat 6 met een aanbouw als winkel. Na de nieuwbouw van de openbare school aan de Emmastraat in 1968 betrok loodgietersbedrijf Trijselaar/Vermeer de oude openbare lagere school aan de Kerkstraat op nummer 15, die als school dienst deed van 1836 tot 1958. Na vertrek van de loodgieterij naar elders runnen Herman en André Trijselaar en Hermans zoon, René , in de oude school met de daarvoor gelegen winkel hun radio en tv-zaak annex witgoed, platen, cd’s en videoverhuur.

Nieuwstraat / Kerkstraat.
De nummers 183 tot en met 202 werden aangeduid met Nieuwstraat, later Kerkstraat. De nummers 203 tot en met 206 werden eerst aangeduid als Kerkhoek, later Dr. A. Kuyperstraat.

Nieuwstraat 183 (Kerkstraat 14).
Op 23 maart 1933 kwam Teunis Zevenbergen met zijn moeder Aagje Zevenbergen – van Hulst hier wonen tot 1969. Vader Cent was jarenlang koster van de Hervormde Kerk en aanzegger/ begrafenisbedienaar. Teun nam later die taken over en werd ook nog “polderbode”. Tot zijn werk behoorde o.a het aanplakken van mededelingen van het polderbestuur op het aanplakbord van het polderbestuur op de Ring tegenover het pand Ring 29.

Nieuwstraat 188a (Kerkstraat 13).
In het gedeelte naast de winkel van Trijselaar stond enkele jaren geleden de melkkoeltank van boer Gilles Weeda. Daarna is het enkele jaren in gebruik geweest als kledingwinkel, houtenspeelgoedwinkel en nu is er de wereldwinkel in gevestigd.

Nieuwstraat 189 (Kerkstraat 19).
Dit was de werkplaats van timmerman Gerrit Mooldijk tot 1952. Wilhelm Borel woonde al vanaf 1947 in het woonhuis ernaast en zette het bedrijf voort. Nu is er een winkel van speel- en snoepgoed in gehuisvest onder de naam Nibbeland als onderdeel van de Wigwam-keten met als beheerder De Neef.

Nieuwstraat 192.
Gesloopt. In 1933 woonde hier Leendert Poldervaart (geboren in 1860), Elizabeth Poldervaart – de Geus (geboren in 1857), Klaasje Gerritje Wilhelmina (geboren in 1893) en Gerritje Willemina (geboren in 1897). Leendert was kleermaker. In hun winkel werden o.a. schrijfartikelen verkocht. Logisch, met een school naast de deur.

Nieuwstraat 194 (Kerkstraat 15).
Komend van een winkel aan de Dorpsstraat betrok Hendrien van Driel dit pand met ellengoed. Je moest aanbellen als je iets wilde kopen.

Nieuwstraat 200.
Abraham Zevenbergen, gehuwd met Neeltje van Sintmaartensdijk woonde hier voor 1935 als koopman.

Nieuwstraat 202 (Kerkstraat 6).
In 1979 begon Ynze Rinia hier een antiekhandel. Later verhuisde hij met zijn spullen naar Dorpsstraat 10. Op een oude foto zijn brede inrijdeuren te zien. Hierachter werd de auto gestald van “Besjaan” Oosthoek en later van Klaas Boer.

Nieuwstraat 204 (Kerkhoek 204).
Samengevoegd met 203 tot Dr.A.Kuyperstraat 2. Jannetje van Sintmaartensdijk -Nieuwenhuizen (geboren in 1878) had hier een kruideniersswinkeltje. Zij stond bekend als “Jans van Trîn” en waste ook krullenmutsen. De Nieuwstraat werd heel vroeger de Kapoenstraat genoemd.

Achterweg / Kerkhoek.
De Achterweg is er nog en draagt nu de naam van Dr. A. Kuyperstraat. De Kerkhoek bestaat als straatnaam al lang niet meer. Van de nummers 207 tot en met 228 bestaan alleen nog de panden 208, 228 en 228a. De rest heeft plaats gemaakt voor nieuwbouw (Lohmanstraat en Oudweg)

Achterweg 207/ Kerkhoek 8.
Gesloopt. In 1933 woonde hier Leendert Hoogwerf (geboren in 1865), de laatste nachtwaker en lantaarnopsteker. Hij waakte ‘s nachts over de veiligheid van de koopwaar en de klanten, daarbij luid de tijd roepend: “Negen heit de klok”. Met een groot koperen bord, waar hij lustig op los sloeg, ging hij als dorpsomroeper rond. Als dorpsomroeper werd hij later opgevolgd door Gerrit Nieuwenhuizen.

Achterweg 214 (Savornin Lohmanstraat 27).
Afgebroken. Jacob Quispel (geboren in 1865) en zijn zoon Arie (geboren in 1891) sleten melk vanuit hun melkfabriekje. Neef Piet Buis, Jilleszn. zette de buitenhandel voort. Handel in lorren en oud ijzer moesten de inkomsten op peil houden. Toen Zuidland gebombardeerd werd ging het gerucht, dat het bombardement door de Duitsers zelf werd uitgevoerd, als wraakoefening op de Zuidlanders voor hun vijandige houding tegen de Duitsers, tegenwerking en verzetsdaden. Dit gerucht werd versterkt door het feit dat bij Arie Quispel bomscherven werden ingeleverd (als oud-ijzer) met Duitse fabrieksmerken en namen er op. Men wist toen nog niet, dat Engeland al voor de oorlog, oorlogstuig waaronder bommen, uit Duitsland betrok.

Achterweg 219/Kerkhoek 2l9/Savornin Lohmanstraat 17.
Afgebroken. A. P. C. Rehorst had hier zijn verfwinkel tot hij in 1965 verhuisde naar Verlorenkost 3. Vóór Rehorst had de familie Van der Werff hier een expeditiebedrijf.

Achterweg 223 (Kerkhoek 13).
Afgebroken. Van vóór 1933 tot 1965 woonde hier Simon Romijn (geboren in 1884) die in 1912 werd ingeschreven als rietdekker, toen aan de Breedstraat.

Achterweg 227/ Dr. A. Kuyperstraat 5.
De coöperatieve maalderij “Vertrouwen” was in dit pand gevestigd. Bij de bouw van deze maalderij werd gebruik gemaakt van balken die afkomstig waren van de gesloopte “meestoof” aan de Steenenweg. Het machinaal malen van graan werd steeds beter en verving overal in het land de door windkracht
aangedreven korenmolens. Arie van der Wacht zwaaide hier de scepter (Aai Vertrouwe).

Achterweg 228/Kerkhoek 228/Dr. A. Kuyperstraat 6.
Afgebroken. Leendert Hagestein woonde hier van vóór 1933 tot 1947. Hij staat in de registers ingeschreven als veldarbeider. Hij had een tuinderij aan de Kerkweg/hoek Langeweg. Later staat hij als koopman ingeschreven. Zijn vrouw verkocht petroleum.

Molendijk.
De nummers 229 tot en met 260 leveren niet veel winkels en bedrijven op. Wel landbouwers, veeboeren en landarbeiders.

Molendijk 234.
Gesloopt. Kors Beukelman stond hier ingeschreven als koopman voor 1902. Hij overleed in 1907.

Molendijk 236 (nu 11).
In 1924 werd op dit adres ingeschreven Cornelis Warning (geboren in 1900) als timmerman

Molendijk 237 (nu 13).
Bram Warning had in een aangebouwde schuur hier een barbiers zaak tot hij naar Langeslop 90 vertrok. Na hem had Wout Bosgieter hier zijn fietsenverkoop en reparatie als bijverdienste. Hij verhuisde naar Hoofd 51/27. Zijn werkplaats was een houten schuur aan het eind van het Hoofd, op de plaats waar nu Bouwen Vermaat woont (Hoofd 31). Wout Bosgieter is ook rietdekker geweest, geleerd van Janus Romijn. Hij hielp ook mee rietsnijden op de Haringvlietgorzen.

Molendijk 245.
Gesloopt. Het steetje van Vlielander, waar nu het gelijknamige speelterrein ligt. In 1939 wordt op dit adres ook genoemd Leendert Leendertse (geboren in 1866), die als zwervend koopman de kost verdiende. Leen verkocht o.a. mottenballen. De Zuidlanders kenden hem niet beter dan als “Leen de motbal”.

Eerder gepubliceerd in Nieuwsbrief 50 t/m 56 (2004/2005)

.

Facebook 0
Google+ 0
Twitter
LinkedIn 0

Leave a Reply

Close Menu