{"id":23,"date":"2019-08-17T14:52:16","date_gmt":"2019-08-17T14:52:16","guid":{"rendered":"http:\/\/sland.zuytlant.nl\/?p=23"},"modified":"2019-08-17T14:53:00","modified_gmt":"2019-08-17T14:53:00","slug":"veertien-achttien","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.zuytlant.nl\/?p=23","title":{"rendered":"VEERTIEN-ACHTTIEN"},"content":{"rendered":"\n<p>Als de Slandenaren, die de eerste wereldoorlog hebben meegemaakt over die&nbsp;oorlog spraken, hadden zij het steevast over \u201cden oorlog van veertien-achttien\u201d.Als je als heel kleine jongen bij gesprekken over \u201cveertien-achttien\u201d&nbsp;aanwezig was, hoorde je soms boeiende verhalen over die tijd. Verhalen die&nbsp;je uiteraard vergat, maar waar soms flarden van bleven hangen. Een van die&nbsp;verhalen betrof het gebeuren, dat hier in Zuidland Belgische vluchtelingen&nbsp;zijn geweest, maar daarover later in dit artikel wat meer.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>Nederland was in de eerste wereldoorlog neutraal. Dat ons land toen voor het&nbsp;oorlogsgeweld gespaard bleef was geen verdienste van de Nederlandse&nbsp;regering, maar vloeide voort uit het feit, dat de Duitse legerleiding het niet&nbsp;noodzakelijk achtte om Nederlands grondgebied als opmarsgebied voor haar&nbsp;legers richting Frankrijk te gebruiken, dus hoefde het Nederlandse leger niet&nbsp;de wapens op te nemen tegen de Duitse krijgsmacht die de Nederlandse grenzen zou overschrijden. In het geval de Duitsers, dat wel gedaan zouden&nbsp;hebben, had het uiterst slecht bewapende Nederlandse leger geen schijn van&nbsp;kans gehad. In \u00e9\u00e9n van de boeken van dr. L. de Jong vond ik bijvoorbeeld de&nbsp;volgende passage: \u201chet geschut was schaars en ouderwets en had maar munitie voor hoogstens tien gevechtsdagen.\u201d<br><\/p>\n\n\n\n<p>Maar \u00e9\u00e9n op de tachtig man had een&nbsp;gasmasker, terwijl er op de grote Belgische en Franse slachtvelden erg veel&nbsp;gebruik gemaakt werd van giftige strijdgassen.<br>Puur geluk dus voor de Nederlandse regering, dat Duitsland het grondgebied&nbsp;van Nederland niet nodig had. Puur geluk dus ook voor het Nederlandse volk,<br>dat gespaard bleef voor het eigenlijke oorlogsgeweld. Hoewel\u2026 ons land&nbsp;kreeg toch nog zijn portie van het oorlogsgeweld. Om enkele zaken te noemen: in de nacht van 30 april op 1 mei 1917 werd Zierikzee bij vergissing&nbsp;door Engelse vliegtuigen gebombardeerd. Er waren drie doden te betreuren.<br>Door torpedo\u2019s en mijnen van de elkaar bevechtende landen zonken 121&nbsp;Nederlandse koopvaardijschepen en 96 vissersvaartuigen. In totaal verdronken 1200 opvarenden. Deze gegevens heb ik ook ontleend aan de&nbsp;geschiedbeschrijvingen van dr. De Jong.<br>En wat de feitelijke gevechtshandelingen betreft, kwam Nederland er af door&nbsp;van tijd tot tijd als het windstil weer was, vooral in het zuiden van het land,&nbsp;te kunnen luisteren naar het gedreun van het geschut op de verre Belgische&nbsp;slagvelden. Een gegeven, dat door De Jong in zijn boeken vermeld wordt.<br>Merkwaardig genoeg heb ik dit vroeger, al jaren voordat De Jong zijn boeken&nbsp;schreef, al door mijn ouders horen vertellen, dat men zelfs in Zuidland en<br>omgeving soms het geschut aan het Belgische front kon horen.<br>Bleef dit geweld op verre afstand van onze dorpen en steden, maar waar&nbsp;Nederland wel mee te maken kreeg was een nijpend tekort aan voedsel,&nbsp;brandstof en materialen enz. vanwege het feit, dat er niet voldoende kon worden ingevoerd ten gevolge van blokkades en vernietiging van scheepsruimte.<br>Hoewel het kabinet -Cort van der Linden- al vroegtijdig adequate maatregelen nam, kon het niet verhinderen, dat de genomen maatregelen geleidelijk&nbsp;aan uitliepen op een voedsel- en materialenschaarste, die steeds beroerder&nbsp;werd. Nederland voelde terdege de angels van de zware distributievoorschriften en de harde hand van de Economische Controle Dienst.<br>Controleurs trokken het hele land door. De steden en het platteland vreesden&nbsp;voor de strenge controles. Tussen de vele \u201cvrezen\u201d door werd er op grote<br>schaal gesmokkeld, voornamelijk naar Belgi\u00eb en uit Belgi\u00eb.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image\"><img decoding=\"async\" src=\"http:\/\/new.zuytlant.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/07\/Foto0611-300x185.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-235\"\/><figcaption>Mobilisatie 1914 \u2013 1918. C. Weeda Jbzn., G. van den Boogerd<\/figcaption><\/figure>\n\n\n\n<p><br>In het archief van Zuidland is een dik dossier bewaard gebleven met als&nbsp;inhoud allerlei circulaires, missives en richtlijnen over de uitvoering van de<br>distributie, het toezicht op de levensmiddelen, de uitvoering van de Tarwewet&nbsp;enz. enz. Het zou te ver voeren om daar -in het verband van dit artikel- uitgebreid op in te gaan. Nu wordt slechts volstaan met de constatering dat de&nbsp;toestand wat de voedselvoorziening betreft verre van rooskleurig was. Dat&nbsp;was in landelijk verband het geval, maar ook in kleine agrarische dorpen,&nbsp;zoals Zuidland omstreeks 1918 toch was, was de toestand niet minder&nbsp;nijpend. Als voorbeeld wil ik hier noemen de poging van het gemeentebestuur om de hachelijke voedselsituatie in ons dorp wat te verbeteren. In de&nbsp;gemeenteraadsvergadering van 18 april 1918 werd door de gemeenteraad het&nbsp;besluit genomen om \u201c 10 ha land te huren voor de som van fl. 800,\u2014 per ha.<br>De bedoeling was om het gehuurde land in te zaaien met bruine bonen. Het voor dit doel klaarmaken en inzaaien van het land zou fl.100,\u2014 per ha gaan<br>kosten. Het wieden en het uittrekken van de bonen zou voor rekening van de&nbsp;gemeente komen, terwijl de verhuurder de bonen zou dorsen. Tenslotte zou<br>voor het gehele project een premie worden aangevraagd bij het rijk.<br>Een tweede voorbeeld over de voedselsituatie in Zuidland vinden we bij de&nbsp;beschrijving van de toren- en kerkbrand op 22 juni 1918 door bakker Joh. de&nbsp;&nbsp;Graaff. De Graaff had een bakkerij maar enkele meters van de brandende&nbsp;kerk verwijderd. In vliegende haast brachten vele helpers de inboedel van&nbsp;bakker De Graaff naar veiliger oorden, maar toen het sein \u201cbrand meester\u201d&nbsp;was gegeven, kon alles weer worden teruggebracht naar de gespaard&nbsp;gebleven bakkerij. De Graaff zelf beschrijft het zo: \u201cMen kon weer beginnen&nbsp;om alles wat bij buren en vrienden was ondergebracht, binnen te halen. Ook&nbsp;het regeringsmeel voor mijn bakkerij, waarvan een grote voorraad aanwezig&nbsp;was, werd eveneens teruggehaald. Er was niets van gestolen, wat nu niet zo&nbsp;erg verwonderlijk zou zijn geweest in die dagen van distributie, toen het al&nbsp;aardig op hongersnood begon te gelijken. Het rantsoen voor ieder persoon&nbsp;boven \u00e9\u00e9n jaar was vastgesteld op 200 gram slecht, zwart brood per dag. De&nbsp;gemeente verstrekte de bonnen aan de gezinnen, en de bakker mocht uitsluitend tegen inwisseling dezer bonnen het \u201cregeringsbrood\u201d verkopen. Ander&nbsp;brood mocht niet gebakken worden.<br>Ook nog op een andere manier maakte Zuidland kennis met de gevolgen van&nbsp;&nbsp;de oorlog. In oktober 1914 kwamen er 1 miljoen Belgische vluchtelingen<br>over de grenzen met Nederland. Zij werden in hoofdzaak opgevangen in de&nbsp;grensgebieden. Het grootste gedeelte van de vluchtelingen keerde na een<br>maand weer terug naar hun vaderland.<br>100.000 vluchtelingen bleven voorlopig in Nederland. Het leed en de nood&nbsp;van deze vluchtelingen maakten in Nederland een diepe indruk.<br>Ook Zuidland kreeg met de Belgische vluchtelingen te maken. Op 10 oktober 1914 om 12.00 uur \u2018s middags kreeg burgemeester G(errit) van Andel een<br>telefoontje uit Den Haag.<br>Hem werd gevraagd om nog op diezelfde dag naar een adres in Rotterdam te&nbsp;seinen hoeveel Belgische vluchtelingen er in Zuidland konden worden<br>ondergebracht. De burgemeester vatte kordaat de koe bij de horens en hij&nbsp;alarmeerde onmiddellijk het damescomit\u00e9, dat voor de Nederlandse soldaten<br>in de stellingen aan de grenzen, sokken breidde.&nbsp;Burgemeester Van Andel vond het damescomit\u00e9 waarschijnlijk te klein want&nbsp;hij breidde het uit met nog enkele dames en ook heren en kreeg op die manier&nbsp;een prima werkgroep, speciaal belast met het helpen van Belgische&nbsp;vluchtelingen. Bovendien hadden de heren Van Toledo, Trouw, Mullaard en&nbsp;Waterman al fl. 335,\u2014 ontvangen van gegoede burgers, voor die tijd een formidabel bedrag.<br>De grote schuur van B. Bijl, die naar ik meen stond achter het pand Hoofd 1,&nbsp;langs de Stationsweg (nu staan er garages en is het plantsoen en loopt het<br>Oosteinde er gedeeltelijk overheen) was voor het eerste nachtverblijf&nbsp;aangewezen en voor dat doel zo goed mogelijk ingericht. Bastiaan van Beek<br>had daarvoor een grote hoeveelheid erwtenstro beschikbaar gesteld. Glijn&nbsp;Brouwer (sr) en Adrianus de Heer hadden een groot aantal dekens en kleden<br>ingezameld bij medelevende burgers.<br>Burgemeester Van Andel trommelde de gemeenteraad in een spoedzitting&nbsp;bijeen. De raad stelde de Bewaarschool en het Armhuis voor de vluchtelingen beschikbaar. Bovendien kregen burgemeester en wethouders een blanco&nbsp;krediet. Uiteraard vertrouwde de raad erop, dat het college van B en W daarvan met de nodige bescheidenheid gebruik van zou maken.&nbsp;Het damescomit\u00e9 spande zich in om de Bewaarschool heel gezellig in te&nbsp;richten. Stapels belegde boterhammen werden klaargemaakt. Ook voor koffie&nbsp;en thee werd gezorgd.<br>De Hervormde dominee Koolhaas en zijn Gereformeerde collega dominee&nbsp;Van Lummel vertrokken met de tram van 16.00 uur naar Rotterdam om de<br>vluchtelingen op te gaan halen. \u2018s Nachts om 01.30 uur kwamen zij weer in&nbsp;Zuidland aan met 82 Belgische mannen, vrouwen en kinderen in hun kielzog.<br>Groot was de belangstelling tijdens de wandeling van het perron naar de&nbsp;Bewaarschool. Daar konden onze zuiderburen zich tegoed doen aan de&nbsp;klaargemaakte boterhammen enz., waarna zij naar hun slaapplaatsen in de&nbsp;schuur van Bijl vertrokken.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image\"><img decoding=\"async\" src=\"http:\/\/new.zuytlant.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/07\/Foto0614-300x192.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-237\"\/><\/figure>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image\"><img decoding=\"async\" src=\"http:\/\/new.zuytlant.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/07\/Foto0615-300x188.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-238\"\/><\/figure>\n\n\n\n<p><br>\u2018s Zondagsmorgens verzamelden zij zich weer in de Bewaarschool voor het&nbsp;ontbijt. De gehele morgen werd daar doorgebracht.<br>Ondertussen waren notaris Loeff en zijn klerk, de heer Geluk, geholpen door&nbsp;veearts Van Buuren, bezig om de namen en verdere gegevens van de&nbsp;Belgische vluchtelingen op papier te krijgen. De dames van het comit\u00e9 toverden een krachtige soep op tafel. Daarna werden de vluchtelingen, nadat zij&nbsp;zich hadden kunnen wassen, bij de burgers ingekwartierd. Bij welke burgers&nbsp;en bij welke adressen is voor zover ik weet niet bewaard gebleven in het&nbsp;gemeentearchief.<br>Wel is bekend, dat drie gezinnen met kleine kinderen werden ondergebracht&nbsp;in het Armhuis, dat voor dat doel in gereedheid was gebracht. Ook de<br>Bewaarschool bleef beschikbaar voor de vluchtelingen. Zij konden daar elkaar ontmoeten en vertellen hoe zij door hun gastgezinnen waren ontvangen<br>en dat alles in hun smeu\u00efge Vlaamse taal. Zij konden daar ook inlichtingen&nbsp;vragen bij het comit\u00e9. Daar werden ook bekendmakingen aangeplakt, die&nbsp;konden de vluchtelingen op hun gemakje lezen.<br>De dames van het comit\u00e9 hadden voor een flink aantal naaimachines gezorgd.&nbsp;De Belgische vrouwen konden dus aan de slag om onderkleren te maken voor<br>hun lotgenoten. De Belgen toonden zich erg dankbaar voor de verschillende&nbsp;soorten van hulp, die hun zo spontaan door de Zuidlanders werd geboden.<br>Om het de vluchtelingen nog gemakkelijker te maken was notaris Loeff zo&nbsp;vriendelijk een soort wisselkantoor voor de Belgen in te stellen. Hij gaf<br>fl. 47,74 voor 100 franks. Op dat moment de hoogste koers. Een voordeel dus&nbsp;voor de Belgen. Ook een informatiekantoor ontbrak niet. Bij ds. Koolhaas en<br>veearts Van Buuren konden de Belgen terecht met hun vragen naar familieleden in Belgi\u00eb. Beide genoemde heren verleenden hierbij hun bemiddeling.<br>Ook in bijzondere, soms bizarre situaties in het leven, gaat wat men noemt&nbsp;\u201cde natuur\u201d gewoon z\u2019n gang. Op donderdag 15 oktober werd het aantal<br>vluchtelingen met \u00e9\u00e9n vermeerderd. Madame Plaskie kreeg een baby in het&nbsp;Armhuis. Het was een jongen. De vader kon bij de geboorte van zijn zoon<br>niet aanwezig zijn want hij diende in het Belgische leger. Dokter Hofman en&nbsp;burgemeester Van Andel vereerden de kraamvrouw en haar zoontje met een<br>bezoek. Mevrouw Plaskie, die Katholiek was, wilde pers\u00e9 haar kind nog die&nbsp;dag laten dopen. Burgemeester Van Andel die nog in Den Briel moest zijn<br>voor een vergadering nam contact op met de Brielse pastoor. Deze stelde&nbsp;direct een geestelijke beschikbaar die nog op dezelfde dag de kleine Belg zou<br>dopen. Burgemeester D.C. Mees van Vierpolders, die naar dezelfde vergadering moest als burgemeester Van Andel, stelde zijn auto beschikbaar. De<br>beide burgemeesters arriveerden samen met Zijn Eerwaarde zonder&nbsp;ongelukken in Zuidland. Toen aan de moeder gevraagd werd hoe haar zoontje ging heten wist zij niet zo gauw een geschikte naam te bedenken. Zij liet&nbsp;het maar over aan de drie heren. Zo kon het gebeuren dat de kleine Belg de&nbsp;voornamen kreeg van de aanwezige drie heren: Gerardus (naar de burgemeester van Zuidland), Constant (naar de burgemeester van Vierpolders), en&nbsp;Tarcius (naar de geestelijke uit Den Briel die de doop verrichtte).<br>Op vrijdag 16 oktober 1914 verscheen een artikel in de Nieuwe&nbsp;Rotterdamsche Courant, waarin verslag werd gedaan over wat de&nbsp;Stadsadvocaat van Antwerpen (Franck) over de situatie in Belgi\u00eb dacht. Dit&nbsp;was blijkbaar zo positief dat het comit\u00e9 na lezing van het artikel besloot met&nbsp;enkele leden van het comit\u00e9 en \u00e9\u00e9n Belg naar Antwerpen te reizen om zich&nbsp;ter plekke van de toestand op de hoogte te stellen.<br>Bij de Rotterdamsche Automaatschappij (met als adres Wijnstraat 98-100)&nbsp;zou ge\u00efnformeerd worden hoeveel een retour Antwerpen per auto zou gaan<br>kosten. De zangvereniging \u201cSursum Corda\u201d stelde voor een orgelconcert te&nbsp;geven in de Hervormde Kerk.<br>Het comit\u00e9 besloot het initiatief te steunen.&nbsp;Wie er op het idee gekomen is wordt niet vermeld maar om van de vluchtelingen een aandenken te kunnen bewaren besloot het comit\u00e9 alle vluchtelingen&nbsp;op de foto te zetten, samen met de leden van het comit\u00e9. Fotograaf Bloem&nbsp;werd gevraagd prijsopgave te doen. In eerste instantie zat hij te hoog met zijn&nbsp;prijs. Maar later zakte hij een heel eind en kreeg hij de opdracht minstens 40&nbsp;foto\u2019s te maken.<br>Ik kan mij niet herinneren ooit een dergelijke foto te hebben gezien. Zou er&nbsp;in Zuidland of elders nog iemand zijn die een exemplaar van deze foto in zijn<br>of haar bezit heeft? Als dat zo is wil de gelukkige bezitter van die foto dan&nbsp;contact opnemen met de historische vereniging?<br>Op vrijdagavond ontving burgemeester Van Andel een telegram waarin werd&nbsp;aangedrongen om de Belgische vluchtelingen zo spoedig mogelijk terug te<br>laten keren. Het comit\u00e9 werd onmiddellijk gewaarschuwd en verscheen op&nbsp;&nbsp;het raadhuis. Ook Bloem, de fotograaf, werd uitgenodigd voor die vergadering. Hem werd gevraagd om \u2018s middags om 14.00 uur foto\u2019s te maken. Hij&nbsp;beloofde aanwezig te zijn.<br>Toen het moment van het maken van de foto\u2019s was aangebroken, werd als&nbsp;plaats daarvoor uitgekozen het weiland achter de schuur van de heer Bijl<br>(ongeveer op de plaats waar nu het huis staat van oud-burgemeester Van Geest). Binnen zeer korte tijd waren alle Belgen op de hoogte gesteld dat zij<br>op de foto zouden komen en dat zij om 13.30 uur present moesten zijn in de&nbsp;Bewaarschool. Omstreeks 14.30 uur werden de foto\u2019s genomen onder grote<br>belangstelling van honderden nieuwsgierigen.<br>\u2018s Zondagsmorgens waren de Belgen weer bijeen in de Bewaarschool en kregen zij instructies voor hun vertrek. Zij die het nodig hadden kregen reisgeld.<br>Burgemeester Van Andel hield nog een hartelijke toespraak, ook ds.&nbsp;Koolhaas sprak nog een woord, waarna de heer Monteyne uit naam van alle<br>Belgische vluchtelingen hartelijk bedankte voor de gulle gastvrijheid en de&nbsp;liefderijke verzorging.<br>\u2018s Maandagsmorgens om 07.00 uur vertrok het eerste transport van 18 personen met de tram, uitgeleide gedaan door vele belangstellenden.<br>\u2018s Woensdagsmorgens ging het tweede transport en \u2018s vrijdagsmorgens de&nbsp;rest met uitzondering van mevrouw Plaskie en haar baby die nog een poosje<br>in het Armhuis bleven.<br>Wie weet woont er ergens in Belgi\u00eb nog een Gerardus Constant Tarcius&nbsp;Plaskie, geboren 15 oktober 1914 te Zuidland \u2026. of\u2026 een of meer van zijn<br>kinderen als hij die al gehad mocht hebben.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>Gschreven door P. Buis. Eerder gepubliceerd in Nieuwsbrief 31 (1999).<\/p>\n\n\n\n<p>(De gegevens over de vluchtelingen zijn ontleend aan of soms zelfs letterlijk&nbsp;geciteerd uit een verslag van de hand van M. Geluk, dat zich bevindt in het<br>gemeentearchief van Zuidland. Dit artikel is eerder in een andere vorm&nbsp;gepubliceerd in De Bernisser van 23 december 1992.)<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Als de Slandenaren, die de eerste wereldoorlog hebben meegemaakt over die&nbsp;oorlog spraken, hadden zij het steevast over \u201cden oorlog van veertien-achttien\u201d.Als je als heel kleine jongen bij gesprekken over \u201cveertien-achttien\u201d&nbsp;aanwezig was, hoorde je soms boeiende verhalen over die tijd. Verhalen die&nbsp;je uiteraard vergat, maar waar soms flarden van bleven hangen. Een van die&nbsp;verhalen betrof het [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":24,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_et_pb_use_builder":"","_et_pb_old_content":"","_et_gb_content_width":"","footnotes":""},"categories":[15,1],"tags":[],"class_list":["post-23","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-geschiedenis-20e-eeuw-algemeen","category-uncategorized"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.zuytlant.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/23","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.zuytlant.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.zuytlant.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.zuytlant.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.zuytlant.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=23"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.zuytlant.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/23\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":25,"href":"https:\/\/www.zuytlant.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/23\/revisions\/25"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.zuytlant.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/media\/24"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.zuytlant.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=23"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.zuytlant.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=23"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.zuytlant.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=23"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}